Boeddhistische Omroep
Boeddhistische Omroep
 Zoeken
TVRadioBhodiTVCybermonnikWat is bhoeddhisme?Over de BOS
TV ArchiefRadio Archief

TV archief

 
2001    |    2002    |    2003    |    2004    |    2005    |    2006    |    2007    |    2008    |    2009    |    2010

BOEDDHISME EN FILOSOFIE, AFLEVERING 2

kind van de verlichting
Uitzenddatum: Zondag 26-11-2006 14:05 - 14:35 ned. 2
Herhaling: Zaterdag 30-12-2006 09:55- 10:25 ned. 2
Bekijk in windows of mac Mediaplayer (breedband)
Bekijk in windows of mac Mediaplayer (smalband)
Bekijk in windows of mac Mediaplayer

Boeddhisme en Filosofie, aflevering 2: kind van de verlichting

Deel twee van een drieluik over filosofen en het boeddhisme. Jan Bor spreekt met zenboeddhist en filosoof dr. André van der Braak. In 2004 promoveerde hij op de religieuze aspecten van het denken van de Duitse filosoof Friedrich Nietzsche, waarbij hij verrassende parallellen met het boeddhisme aan het licht bracht. Onlangs verscheen van hem het boek Goeroes en charisma: het riskante pad van leraar en leerling, waarin hij hoofdstukken wijdt aan de verhouding tussen leraar en leerling in het boeddhisme, bij Socrates en bij Nietzsche.


Het onderstaande artikel werd door Andre van der Braak geschreven voor de Boswijzer, het maandelijkse programmablad voor Vrienden van de Bos.

Friedrich Nietzsche: De Boeddha van Europa
Door Andre van der Braak


Friedrich Nietzsche staat alom bekend als de filosoof met de hamer, die met zijn vernietigende kritiek op de waarheid, de moraal en de religie allerlei heilige huisjes tegen de vlakte werkt. Met zijn kernachtige uitspraak ‘God is dood’ wilde hij het failliet van het christendom aanduiden. Toch is Nietzsche geen nihilist. Na de sloop probeert hij de braakliggende ruimte opnieuw te bebouwen, teneinde het dreigende nihilisme juist te overwinnen.

In Nietzsches bouwplan speelt het boeddhisme een belangrijke rol. Als een van de weinige negentiende-eeuwse filosofen was Nietzsche goed bekend met het boeddhisme, echter vooral met het oudste boeddhisme waarvan de Theravada-school een vertegenwoordiger is. In zijn boek De Antichrist, waarin hij een vernietigende banvloek uitspreekt over het christendom, is Nietzsche opvallend positief over het boeddhisme: ‘het boeddhisme is honderd keer realistischer dan het christendom’. Nietzsche beschouwt de Boeddha als een arts, die het lijden van de mens diagnosticeert, en daar een therapie voor heeft ontwikkeld die nog werkt ook.

Toch is voor Nietzsche het traditionele boeddhisme niet het antwoord voor de westerse cultuur. Hij zag het boeddhisme (ten onrechte) als een levensvijandig nihilisme, dat het leven beschouwt als een ziekte waarvan we genezen moeten worden. Nietzsche was hierin sterk beïnvloed door zijn mentor Arthur Schopenhauer (1788-1860), die Nirvana interpreteerde als ‘het lege Niets’.

‘Ik zou de Boeddha van Europa kunnen zijn’ lezen we in Nietzsches nagelaten aantekeningen. Hij ziet ruimte voor een Europees boeddhisme. Maar hij ziet zichzelf dan wel als een tegenhanger van de Indiase Boeddha: een Boeddha die geen verlossing van het leven voorstaat, maar de volheid en rijkheid van het leven juist hartstochtelijk bevestigt. Juist hierin komt Nietzsche echter, zonder het te beseffen, dicht bij de opvattingen van het Mahayana boeddhisme.

In Nietzsches hoofdwerk Aldus sprak Zarathoestra (door hemzelf omschreven als ‘het vijfde evangelie’) probeert hij zijn levensbevestigende vorm van bevrijding te omschrijven. Hij gaat daarbij uitgebreid in op de relatie tussen leraar en leerling. De hoofdpersoon Zarathoestra is een goeroe die zijn leerlingen niet ‘de weg’ wijst, maar ze wijst naar hun eigen pad. Hij stuurt ze weg, en spoort hen zelfs aan om hem af te wijzen. ‘Eerst wanneer jullie mij allen hebt verloochend, wil ik naar jullie terugkeren.’

Voor veel mensen die Nietzsche zien als een nihilistische beeldenstormer zal het als een verrassing komen dat Nietzsche ook als bevrijdingsdenker kan worden opgevat. Zijn opvatting van bevrijding is sterk antichristelijk, maar staat veel dichter bij het boeddhisme dan hij zelf ooit heeft kunnen vermoeden.

Regie & montage: Alexander Oey
Met: Jan Bor en Bruno Nagel
Camera: Alexander Oey & Maarten Kramer
Geluid: Jillis Schriel
Eindredactie: Babeth M. VanLoo


Tags (wat zijn tags?)
filosofie